Historie

Het Schildmeer vroeger en heden 

Het Schildmeer is een L-vormig meer gelegen tussen de dorpjes Steendam, Overschild, Schildwolde, Hellum en Siddeburen. Het is een overblijfsel van een groot merengebied dat er ooit heeft gelegen. Dat merengebied heette Woldjermeer.  Het gebied rondom het Schildmeer is vroeger rijk bebost geweest. Daar wijzen namen als Woldstreek, Duurswold en Schildwolde op. Het Schildmeer heeft een oppervlakte van ongeveer 301 hectare en dient als boezem voor het waterschap Duurswold.   

De naam Schildmeer

Waar de naam Schildmeer vandaan komt is niet precies bekend. Er zijn verschillende theorieën over.  Zo komt in de Engelse historie in het jaar 1022 de naam Schildmeer voor als Scelfremaere. Schelf betekent riet. Een andere theorie is dat de naam Schildmeer afkomstig is van het woord Schild (oorlogswapen). Een dorp in de buurt noemde men toen naar de bijbehorende uitrusting, helm. Misschien vandaar de naam van het dorpje: Hellum. 

Steendam

Het Schildmeer ligt het dichtst bij het dorpje Steendam. Dit dorpje maakt evenals het Schildmeer onderdeel uit van de gemeente Slochteren. Steendam schijnt in vroegere tijden nog tussen de diverse meren te hebben gelegen. Zodoende was de weg er naar toe erg drassig. Om de weg te verstevigen legde men dammen aan van steen om het zodoende beter begaanbaar te maken. Hierdoor is waarschijnlijk de naam Steendam ontstaan.

De eerste zeilers

In de 19de eeuw werd er al gezeild op het Schildmeer. Kleischippers maakten er toen al vaak een wedstrijd van wie het snelst het meer over kon zeilen. Omstreeks 1890 begon de zeilsport wat meer op te leven. In 1897, op Hemelvaartsdag, organiseerde Barteld van Heuveln met kennissen een zeilwedstrijd op het Schildmeer. Dit werd een jaarlijks terugkerend evenement.

De jaren ’20 van de vorige eeuw

Omstreeks 1925 begon de grootvader van Jan Hinrichs (Hinrichs Watersport), die toen nog landarbeider was, een café en verhuurbedrijf voor boten. De vader van Jan,  Johan (overleden erelid van ZVOSS) herinnerde zich nog goed hoe de mensen vroeger uit de omstreken kwamen om te zeilen op het Schildmeer. Er werd veel recreatief gezeild, maar omstreeks 1930 werd er onderling ook wel eens gekeken wie er het snelst kon varen. Dit gaf toch wel enige problemen omdat er in verschillende boten werd gevaren en dus niet iedereen dezelfde kansen had.

De oprichting van twee zeilverenigingen

Johan Hinrichs zelf was lid van ongeveer 1930 t/m 1936 van de Zeilvereniging Steendam. Deze club organiseerde tijdens de zomermaanden enige zeilwedstrijden. Er werd dan tegen elkaar gevaren in onder andere Larken, BM’ers en de vrije klasse. Omstreeks 1936 vatte een aantal leden op de jaarvergadering, die toentertijd werd gehouden op het Kraaiennest (horeca-gelegenheid), het plan op om eenheidsklassen in te voeren. Het was dus niet langer de bedoeling dat de verschillende klassen op handicap zouden varen. Het toenmalige bestuur, onder wie voorzitter Aldert Bos, voelde daar niet veel voor. Daarom scheidde een aantal leden zich af  en richtte een eigen vereniging op die de naam kreeg Zeilvereniging 't Olle Schild. Jan Arkema, een kapper uit Appingedam, werd tot voorzitter gekozen bij deze nieuwe vereniging. Ook Johan Hinrichs werd lid van denieuwe club. Dat was mede ingegeven door het feit dat er steeds meer 16m2’en (de vroegere BM’er) kwamen en hij liever meedeed in een éénheidsklasse.

De eerste wedstrijden

De zeilwedstrijdactiviteiten waren indertijd een nogal primitieve aangelegenheid. Zo werd er vaak in geleende boten gezeild. Een controle op de juiste inventaris (zijnde de voorgeschreven benodigdheden) van de boot werd in het begin niet goed nageleefd. De meeste deelnemers waren ook niet goed op hoogte van de reglementen. Jaap Helder, één van de meest bekende zeilers die ons land kent uit die tijd, vertelde destijds hierover het volgende: " Reglementen kende men toen nog niet zo goed op het Schildmeer. We hebben in de winteravonden vele bijeenkomsten gehouden om zo de reglementen uit te leggen aan de zeilers van het Schildmeer".  

Het ging deze zeilers om het meedoen. Het zo hard mogelijk zeilen stond daarbij wel voorop. Johan Hinrichs herinnerde zich nog goed dat er indertijd werd gestart vanaf een lang touw. Dit was vastgemaakt tussen een punt op de wal en een stok ver in het meer gestoken. Hieraan lagen de boten vast tot het startschot. Als men de scheepstoeter (startsein) hoorde, maakte iedereen zich los. Zelfs enige zeilers trokken zich, wat toegestaan was, langs het touw op snelheid. Boeien waren er toen nog niet. Men zette gewoon een aantal stokken, uit verspreid over het meer. Deze waren bedoeld als de merktekens. Banen waren er toen evenmin.. Er werd gewoon een bepaalde driehoek gezeild. Johan Hinrichs deed toen nog, samen met Roelof Niehof, mee met een geleende huur-BM’er van zijn vaders bedrijf. Enige goede zeilers van die tijd waren onder anderen de heer Goldhoorn, Johannes Mulder, Ernst Wijngaard en natuurlijk kon Johan Hinrichs er ook wel wat van.

Oprichting van de zeilvereniging 't Olle Schild-Steendam

In de jaren '40 van de vorige eeuw, toen de Duitsers ons land binnen waren gevallen, ondervonden beide zeilverenigingen weinig hinder van de bezetters. Er waren wel wat nadelige situaties. Zo werd de brug van Steendam opgeblazen. Doordat beide verenigingen, juist door de oorlog, er niet groter op werden, besloot men om een fusie aan te gaan. Dit feit werd voltooid op 12 mei 1942 onder het motto ‘eendracht maakt macht’. Daarmee was Zeilvereniging 't Olle Schild-Steendam een feit.

De bevrijding

In 1945 kwamen de Polen Steendam bevrijden. De heer Hinrichs herinnerde zich de situatie nog goed. "Vele Duitsers zaten toen nog in Delfzijl, terwijl men wist dat de geallieerden in aantocht waren. Vele delen van het omliggende gebied waren toen onder water gezet. Een zestal Duitsers, waarschijnlijk op patrouille, liep op de weg Steendam-Tjuchem. Een Poolse tank, die toen vlakbij de brug van Steendam stond, richtte het kanon op de Duitsers. Men schoot een aantal keren in de richting van de Duitsers. Ik had niet de indruk dat men ze wilde raken, het was eerder de bedoeling om ze bang te maken. Nou, dat lukte ook goed. De Duitsers renden van de weg af en sprongen in het water. Daarna verdwenen ze richting Delfzijl. De bevolking van Steendam was blij en opgelucht.” Daarmee was Steendam bevrijd en van Duitsers ontdaan.

De eerste Schildweek

In het bevrijdingsjaar 1945 werd toen door ZVOSS besloten om elk jaar een Schildweek te organiseren. Oprichters en drijfveren van de Schildweek waren mensen als Jan Arkema (kapper te Appingedam), Johannes de Vries (boekhouder te Appingedam), Johannes Dekker (boekhouder te Appingedam), E. Stuut (manufacturier), Johannes Mulder (garagehouder te Appingedam) en Ep Larkens (radio- en electrotechnicus te Delfzijl).  Zij waren de promotors van de Schildweek in de beginjaren. Het was een zeilweek met diverse festiviteiten, die  verspreid over het dorpje Steendam plaats hadden. Deze festiviteiten werden gehouden bij gelegenheden zoals de toenmalige De Keet (horeca-gelegenheid ten zuiden van de brug), het Kraaiennest (horeca ten noorden van de brug), het Strandpaviljoen (aan de noordkant van het toenmalige strand) en bij café Puister (aan de andere kant van de weg ten zuiden van het Afwateringskanaal). Hier stond, waar nu een parkeerplaats is, een kermis opgesteld. Het was een zeer lokaal gebeuren indertijd. De prijsuitreiking geschiedde toen nog bij Het Kraaiennest. Het wedstrijdzeilen in die tijd was nogal primitief. Zo werd er vaak in geleende boten gezeild. "In deze tijd waren er behalve BM’ers ook veel Larken aan de start”, aldus Hinrichs. Een Lark is een éénmansboot met alleen een grootzeil van 11m2.  Toen er voor het eerst een Schildweek gehouden werd moest er nog van alles georganiseerd worden. Ton Laan, een overleden ere-voorzitter, zag de Schildweek als één van de eerste hoogtepunten van de zeilvereniging.

De zeilvereniging bij Café Hinrichs

Later verhuisden de activiteiten rondom het wedstrijdzeilen naar café Hinrichs (op de plek waar nu nog Hinrichs Watersport en de Koperen Scheepshoorn huizen). Dit was omstreeks 1957. De mensen die veel zeilden op het Schildmeer, zowel wedstrijd als recreatief, stonden toen met hun caravan of tent op het terrein bij café Hinrichs. Van hieruit werden ook de diverse activiteiten van ZVOSS  georganiseerd. Indertijd werd er gestart vanaf het starthokje even ten noorden van het café. Tijdens de Schildweek sliepen de zeilers in caravans en in tenten op de camping. Degenen die geen caravan of tent bij zich hadden sliepen in de botenloodsen. Er werden dan strobalen in de loods gebracht waarop de mensen konden slapen. Veel zeilers van het Leekstermeer zochten hier vaak hun onderkomen.  De feesten werden gehouden in het café van Johan en Liny Hinrichs. Het was een gemoedelijke tijd waarin een hoop mogelijk was.

De bouw van Boei 12

In de jaren ’60, toen de Schildweek een begrip in de zeilwereld was geworden, ontstond de behoefte aan een eigen onderkomen. Bij de oprichting van het recreatieschap Schildmeer kon die behoefte worden gerealiseerd. Na vele plannen werd tenslotte op 1 maart 1971 de eerste paal geslagen. De 26ste Schildweek begon dat jaar op 17 juli en dan moest het klaar zijn. Dat was dus ruim drie maanden later. Vanaf de eerste dag werd een strak schema aangehouden.  Er werd ook een inrichtingscommissie in het leven geroepen. Die moest zorgen voor het meubilair en de verdere aankleding van het gebouw. Stoelen en tafels werden grotendeels in eigen beheerd vervaardigd, tot aan de bekleding toe.  In de weekends waren haast alle leden druk in de weer voor hun clubhuis. Bij mooi weer zaten bijvoorbeeld de dames op de camping, die intussen naast Boei 12 al open was gegaan, de kussens voor de stoelen te naaien. Mannen waren bij Brons Motorenfabriek in Appingedam  bezig met het onderstel van de hogere tafels. Anderen waren bij  aannemer Niehof bezig met het houtwerk voor de tafelbladen. De bestrating om het gebouw werd door eigen mensen gedaan. Er werd door eigen mensen zelfs een grote koelcel gemaakt, die tot 2006 heeft gefunctioneerd.  In 1985 veranderde er veel.  Boei 12 werd verpacht en kreeg een wat commerciëlere functie. De zeilvereniging hield de beschikking over een ruimte "onder de trap", de rest werd verpacht.  In 1996 werd met grote voortvarendheid de verbouw van een deel van Boei 12 ter hand genomen. In de voormalige werkplaats werd een vergaderruimte en een inforuimte gebouwd. Ook kon er een sanitaire ruimte met twee WC's en twee douches plus een bescheiden werkplaats worden gerealiseerd.In 2007 werd de ruimte uitgebreid met een grote vergaderzaal met een keuken en archiefruimte.  Vervolgens werd er in 2013 nog een huishoudelijke opslagruimte gerealiseerd. In het voorjaar van 2015 is er gestart met een nieuw dak op Boei 12 waarop voor de zeilvereniging een aantal zonnepanelen zijn geplaatst.

De Schildweek

Was het aantal deelnemers aan de Schildweek in het begin bescheiden, later groeide dit gestaag. Dat kwam niet alleen door het niveau van de zeilwedstrijden maar het had ook veel te maken met de gezelligheid er omheen. Voor menig zeiler was de Schildweek een wezenlijk deel van de vakantie. Ook het aantal klassen nam toe. In de jaren ‘70 kon je tijdens de Schildweek 16m2’en, Toppen, O-Jollen, Vauriens, Flitsen, Schakels, Lasers tegenkomen. Later kwamen daar uiteraard de Optimisten en Europes bij en nog later de Splash en de Flash. Eind jaren ‘80, begin jaren ‘90 had het aantal deelnemers zo'n omvang genomen dat men een inschrijf stop had ingesteld. Er konden tijdens de Schildweek geen kwalitatief goede wedstrijden meer worden georganiseerd als er nog meer boten aan de start verschenen. Door een landelijke trend nam het aantal inschrijvers gestaag af. En die trend werd versterkt door het verdwijnen van de campings bij Boei 12, 't Olle Schild en Hinrichs. De kampeerders waren ook de zeilers.  Het dieptepunt lag in 1995 met slechts 58 deelnemers. De laatste jaren zit de Schildweek weer in de lift. De Schildweek telt de laatste jaren een deelname van ongeveer 150 deelnemers.